**1..** Het bestuur biedt de jaarrekening over het afgelopen jaar jaarlijks vóór 15 april aan de raden aan.
**2..** De raden kunnen binnen twaalf weken, nadat de jaarrekening is toegezonden, daartegen bij het bestuur schriftelijk bezwaren indienen.
**3..** Het bestuur onderzoekt de jaarrekening en stelt haar vast vóór 15 juli, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. Van de vaststelling doet het bestuur mededeling aan de raden.
**4..** De vastgestelde jaarrekening wordt binnen twee weken na vaststelling doch uiterlijk vóór 15 juli volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, met alle bijbehorende stukken aan Gedeputeerde Staten gezonden.
**5..** Vaststelling van de jaarrekening strekt het bestuur en de administrateur tot décharge.
**6..** In de jaarrekening wordt het door elke gemeente over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. Het bepaalde in artikel 21 is van overeenkomstige toepassing.
**7..** Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 21 bepaalde en het werkelijk verschuldigde, vindt plaats binnen twee maanden na de in het derde lid bedoelde mededeling van de vaststelling van de jaarrekening.