1.. Het bestuur benoemt het door het college van de gemeente Amersfoort aangewezen lid van het bestuur tot voorzitter. Tevens wijst het bestuur uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter aan.

2.. De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter vertegenwoordigen gezamenlijk de bedrijfsvoeringsorganisatie.

3.. In gedingen of bij rechtshandelingen met de gemeente waaruit de voorzitter afkomstig is, wordt de bedrijfsvoeringsorganisatie vertegenwoordigd door een ander daartoe door het bestuur uit zijn midden aangewezen lid.

4.. De stukken, uitgaande van het bestuur, worden door de voorzitter ondertekend.

5.. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. Bij zijn afwezigheid treedt de plaatsvervangend voorzitter als voorzitter op.

6.. De voorzitter is in spoedeisende gevallen bevoegd direct maatregelen te nemen, onder voorwaarde dat hij daarvan in de volgende vergadering mededeling doet.