In recente jaren is een significante transformatie waargenomen in het gemeentelijke grondbeleid zoals vastgelegd in beleidsdocumenten. Voor de economische crisis was een actief grondbeleid dominant, wat gemeenten financiële voordelen bood en bijdroeg aan huisvestings- en economische doelstellingen. Echter, tussen 2008 en 2014 kelderde de grondwaarde, wat leidde tot financiële verliezen en een verschuiving naar een meer passieve grondpolitiek. De introductie van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in 2008 ondersteunde deze verandering, waardoor gemeenten hun beleid konden herzien. De meeste Nederlandse gemeenten hebben hun grondbeleidsnota’s bijgewerkt om aan te geven dat ze voortaan een passief beleid zouden voeren, tenzij er sterke argumenten waren voor een actieve aanpak. Het wijst uit dat er relatief weinig verandering heeft plaatsgevonden in de toepassing van actief en passief grondbeleid in gebiedsontwikkelingsprojecten (Witting, 2020). Daarmee lijkt een harde beleidskeuze voor één type grondbeleid achterhaald.
De historische keuzes van Oudewater laat zien dat er vaker gekozen wordt voor een situationeel grondbeleid, dat wil zeggen dat er zowel voor actief als passief gekozen kan worden. Dit ligt in lijn met wat hierboven is beschreven. In de afgelopen periode heeft Oudewater zowel actief als passief grondbeleid toegepast. Actieve projecten omvatten onder andere Oranje Bolwerck, Tappersheul III en mogelijk Kerkwetering in de toekomst. Voorbeelden van passieve projecten zijn bijvoorbeeld Schuylenburcht en Oranjepark II.
Hoofdstuk 1. › Paragraaf 1.1
Artikel 1.1.4
Historisch grondbeleid Oudewater
Onderdeel van Nota Grondbeleid Oudewater 2024