Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

Vrijstelling van de inschrijvingsplicht

Onderdeel van Ambtsinstructie voor de medewerker leerplicht / Doorstroompunt 073 gemeente ‘s-Hertogenbosch

(artikel 5 aanhef en onder a, b en c, alsmede de artikelen 6, 7, 8 en 9 Leerplichtwet) De medewerker leerplicht neemt de kennisgeving als bedoeld in artikel 6 van de wet in ontvangst. Hij zendt de ouders een ontvangstbevestiging waarin hij meedeelt op welke termijn de ouders een bericht zullen ontvangen over de ontvankelijkheid van het beroep op vrijstelling. Als ouders een beroep willen doen op de grond bedoeld in artikel 5 onder a van de wet, probeert de medewerker leerplicht ervoor te zorgen dat de aangewezen deskundige binnen 20 werkdagen de jongere onderzoekt en een schriftelijke verklaring over de geschiktheid van de jongere geeft. Er wordt aan ouders toestemming gevraagd, zodat de door de gemeente aangewezen deskundige overleg kan plegen over de mogelijkheden van de desbetreffende jongere in het onderwijs met het samenwerkingsverband waar de jongere onder valt. Wanneer de kennisgeving betrekking heeft op de grond bedoeld in artikel 5 onder a van de wet, dan is de termijn voor een bericht aan de ouders binnen 10 werkdagen na ontvangst van de verklaring van de deskundige. Wanneer de kennisgeving aan de eisen van de wet voldoet, deelt de medewerker leerplicht aan de ouders mee voor welke periode de vrijstelling geldt en voor welke datum zij een kennisgeving moeten indienen als zij opnieuw een beroep op een vrijstellingsgrond willen doen. Ook wordt de vrijstelling gemeld in het register onderwijsdeelnemers. Wanneer de ouders een beroep willen doen op de grond bedoeld in artikel 5 onder b van de wet, dan is de termijn voor een bericht aan de ouders ten hoogste 20 werkdagen. Als gegronde redenen aanwezig zijn voor een langere termijn, dan laat de medewerker leerplicht deze termijn binnen 20 werkdagen aan de ouders weten. Wanneer de ouders een beroep doen op de grond bedoeld in artikel 5 onder b van de wet, dan onderzoekt de medewerker leerplicht de bij de kennisgeving overgelegde stukken. Hij nodigt de ouders uit voor een mondelinge toelichting op het beroep, onderzoekt of de bedenkingen daadwerkelijk de richting van het onderwijs betreffen en gaat na of de jongere eerder op een school of instelling ingeschreven is geweest. In de situaties die daarom vragen bespreekt de medewerker leerplicht de kennisgeving op grond van artikel 5 onder b en de door ouders overlegde stukken met de officier van justitie van het openbaar ministerie om tot een goede beoordeling te komen van de bij de kennisgeving overlegde stukken aan de hand van actuele jurisprudentie. In het bericht aan de ouders, bedoeld in het eerste lid, laat de medewerker leerplicht aan de ouders weten of de ontvangen kennisgeving voldoet aan de eisen van de wet. Hij laat ook de gevolgen weten die verbonden zijn aan het niet voldoen aan de eisen van de wet. Wanneer de kennisgeving niet aan de eisen van de wet voldoet, geeft de medewerker leerplicht de ouders een redelijke termijn, die doorgaans niet langer is dan 20 werkdagen, om de jongere alsnog in te schrijven op een school of instelling. Wanneer de kennisgeving aan de eisen van de wet voldoet, laat de medewerker leerplicht aan de ouders weten voor welke periode de vrijstelling geldt en voor welke datum zij een kennisgeving moeten indienen indien zij opnieuw een beroep op een vrijstellingsgrond willen doen. Ook wordt de vrijstelling gemeld in het register onderwijsdeelnemers. Nadat het beroep op vrijstelling op grond van artikel 5 onder b gegrond is verklaard, nodigt de medewerker leerplicht de ouders uit voor een gesprek om kennis te maken. In dit gesprek wordt aan ouders uitgelegd dat in het belang van de zorg om het welzijn van hun kind(eren), zij worden gemeld bij de jeugdgezondheidszorg. Wanneer ouders niet op gesprek willen komen, deelt de medewerker leerplicht schriftelijk aan ouders mee dat in het belang van de zorg om het welzijn van hun kind(eren), zij alsnog worden gemeld bij de jeugdgezondheidszorg en dat de gegevens van hun kind(eren), alsmede de kennisgeving vrijstelling inschrijvingsplicht wordt opgenomen in het leerlingdossier. De jeugdgezondheidszorg zal na melding van de medewerker leerplicht contact opnemen met ouders. Het staat ouders vrij om het gesprek met de jeugdgezondheidszorg niet aan te gaan en geen gebruik te maken van hun diensten. Wanneer de kennisgeving betrekking heeft op de grond bedoeld in artikel 5 onder c van de wet, en de omstandigheden van dien aard zijn dat (nog) geen verklaring van de directeur van de buiten Nederland gelegen school of inrichting van onderwijs kan worden overgelegd, dan laat de medewerker leerplicht aan de ouders weten op welke wijze, en op welk moment, door hen zal moeten worden aangetoond dat de jongere in het buitenland onderwijs volgt. Wanneer de kennisgeving niet aan de eisen van de wet voldoet, geeft de medewerker leerplicht de ouders een redelijke termijn, die doorgaans niet langer is dan 20 werkdagen, om de jongere alsnog in te schrijven op een school of instelling. Wanneer de kennisgeving aan de eisen van de wet voldoet, laat de medewerker leerplicht aan de ouders weten voor welke periode de vrijstelling geldt en voor welke datum zij een kennisgeving moeten indienen als zij opnieuw een beroep op een vrijstellingsgrond willen doen. Ook wordt de vrijstelling gemeld in het Register Onderwijsdeelnemers van DUO. De medewerker leerplicht informeert de Arbeidsinspectie over de vrijstelling van de inschrijvingsplicht als deze betrekking heeft op jongeren tussen de 16 en 18 jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel