Bij planontwikkeling wordt de parkeerbehoefte in basis opgelost op eigen terrein. Indien dit niet mogelijk is, moet door de initiatiefnemer door middel van een parkeeronderzoek worden aangetoond dat er andere mogelijkheden zijn.
Toelichting:
Bij een planontwikkeling is de basis dat de parkeereis wordt opgelost op eigen terrein. Een toename van de verkeersaantrekkende werking van een plan mag niet zomaar worden afgewenteld op de bestaande omgeving. De lijn van de huidige beleidsregel wordt hiermee voortgezet.
Als het oplossen van de parkeereis niet mogelijk is op eigen terrein moet de initiatiefnemer van het plan kunnen aantonen dat de mobiliteitsbehoefte anders wordt ingevuld of dat er sprake is van structurele restcapaciteit op acceptabele loopafstand in de openbare ruimte. Deze structurele restcapaciteit dient aangetoond te worden door een representatief en toekomstbestendig parkeeronderzoek. De gemeente bepaalt of de parkeerbalans toereikend is en gebruikt mag worden voor de planontwikkeling.
Hierbij speelt ook de cumulatie van omliggende (bouw)projecten een rol. De beschikbare parkeerplaatsen in de openbare ruimte kunnen niet zomaar voor meerdere projecten worden uitgegeven. In principe kan worden gesaldeerd tussen de verschillende ruimtelijke ontwikkelingen. Salderen kan echter alleen een rol spelen bij de beoordeling als de ontwikkelingen binnen een afzienbare tijd (als vuistregel binnen een half jaar) van elkaar worden ontwikkeld en voldoende rechtszeker zijn.
Daarnaast speelt het soort gebruik van een parkeerplaats (als bezoeker of als bewoner) ook een rol in de beoordeling. Inzicht in soort gebruik, verdeling over aanwezigheidspercentages en dagdelen is vereist. Ook hiermee wordt de huidige beleidsregel gevolgd.