Het beleid ten aanzien van Renterisicobeheer is erop gericht een spreiding van toekomstige renterisico’s op korte en lange termijn te bevorderen, ter beperking van een overmatige blootstelling aan rentebewegingen. De Wet Fido geeft voor het beheersen van de renterisico’s concrete richtlijnen, zijnde de kasgeldlimiet en de renterisiconorm (zie de begrippenlijst).
Met betrekking tot het Renterisicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
Renterisico’s op de netto vlottende schuld zijn begrensd tot de normen van kasgeldlimiet van de Wet Fido. Dit wordt bij de Programmabegroting en Programmarekening in de paragraaf Financiering berekend en gerapporteerd.
Renterisico’s op de vaste schuld zijn begrensd tot de normen van de renterisiconorm van de Wet Fido. Dit wordt bij de begroting en jaarrekening in de paragraaf Financiering berekend en gerapporteerd.
Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning.
De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening worden zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie.
Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de gemeente tevens naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen, opdat ook in de toekomst geen overmatige blootstelling aan rentebewegingen optreedt.
Het gebruik van derivaten is niet toegestaan, tenzij er met een dergelijk instrument renterisico’s worden voorkomen of worden afgedekt. Alvorens een besluit door het college wordt genomen, moet de raad, in die gevallen waarin de uitvoering van dit besluit ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente, de gelegenheid hebben gehad om zijn wensen en bedenkingen te uiten.