Bij het uitzetten of beleggen van middelen uit hoofde van de Treasuryfunctie voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:
Door de invoering van het verplicht schatkistbankieren, mogen overtollige liquide middelen (boven het drempelbedrag) van de gemeenten alleen in rekening courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden. Wel is het mogelijk om als decentrale overheden gebruik te maken van elkaars overliquiditeit. Hierbij worden de richtlijnen en grensbedragen zoals genomen in de wet Fido in acht genomen.
Uitzettingen worden uitsluitend gedaan met inachtneming van de voorwaarden, zoals opgenomen onder Renterisicobeheer (pagina 6), Kredietrisicobeheer (pagina 7) en Koersrisicobeheer (pagina 8).
Vóór er middelen voor een periode van één jaar of langer worden uitgezet of belegd worden bij minimaal 2 instellingen offertes opgevraagd. De in de regel telefonisch ontvangen opgaven worden intern schriftelijk vastgelegd.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.4
Uitzetten van langlopende financiering
Onderdeel van Treasurystatuut gemeente Waalwijk 2018