1.. De belastingplichtige kan per soort standplaats (vaste jaarplaats, vaste seizoenplaats en seizoenplaats) en bij een aantal arrangementen opteren voor de niet-forfaitaire maatstaf van heffing.

2.. Indien de belastingplichtige gebruik maakt van de mogelijkheid als bedoeld in het eerste lid, dient de belastingplichtige dit per soort standplaats en/of arrangement gespecificeerd en voldoende duidelijk aan te geven op het aangiftebiljet.