Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 25

Woord voeren

Onderdeel van Verordening op de Raadscommissies 2009

1.. Niemand voert het woord dan na het aan de voorzitter verzocht en van deze verkregen te hebben. 2.. Van de, voor zover vastgestelde, volgorde kan worden afgeweken, indien een lid het woord vraagt voor het stellen van een vraag om inlichtingen over een onderwerp dat in behandeling is, een persoonlijk feit, of voor het indienen van een voorstel van orde. De voorzitter stelt het lid dat het woord verlangt voor een persoonlijk feit, in de gelegenheid een beknopte aanduiding van dat feit te geven. 3.. Een spreker mag in zijn of haar rede worden onderbroken, echter alleen via tussenkomst van de voorzitter. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder interrupties zijn betoog zal afronden.

Rechtspraak bij dit artikel