Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 26

Tot de orde roepen

Onderdeel van Verordening op de Raadscommissies 2009

1.. Indien een spreker van het onderwerp in beraadslaging afwijkt, wijst de voorzitter de spreker hierop en roept deze tot de orde. 2.. Indien een spreker beledigende of onbehoorlijke uitdrukkingen bezigt, zijn plicht tot geheimhouding schendt, instemming betuigt met dan wel aanspoort tot onwettige handelingen of op welke wijze dan ook de orde verstoort, wordt zij of hij door de voorzitter vermaand en in de gelegenheid gesteld de woorden die tot de vermaning aanleiding hebben gegeven, terug te nemen en zich te excuseren voor de orde-verstoring. 3.. Onder “beledigende of onbehoorlijke uitdrukkingen” wordt in ieder geval begrepen het naar het oordeel van de voorzitter doen van uitlatingen of uitingen, in welke vorm dan ook, met een racistisch, seksistisch of anderszins discriminatoir karakter. 4.. De voorzitter kan aan de commissie voorstellen beledigende of onbehoorlijke uitdrukkingen niet in het verslag op te nemen.

Rechtspraak bij dit artikel