Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 38

Inspreken/woordvoeren bij agendapunt

Onderdeel van Verordening op de Raadscommissies 2009

1.. Voorafgaand aan de behandeling van een agendapunt krijgen insprekers de gelegenheid om in te spreken over het desbetreffende onderwerp. 2.. De commissieleden kunnen desgewenst op de inspreker reageren. 3.. Personen die van het spreekrecht gebruik wensen te maken, dienen dit ten minste 24 uur vóór aanvang van de vergadering te melden bij de raadsgriffie, onder opgave van hun naam en/of organisatie en het agendapunt waarbij ze willen inspreken. Dit kan vanaf het moment dat de agenda is bekendgemaakt. Insprekers krijgen maximaal drie minuten spreektijd. 4.. De voorzitter bepaalt, indien hij dit nodig acht, de spreektijd. 5.. Indien een agendapunt wordt behandeld waarbij de belangen van een bestuurscommissie betrokken zijn, kan, op verzoek van de raadscommissie of de bestuurscommissie, een lid van de bestuurscommissie de behandeling bijwonen en het standpunt van de bestuurscommissie toelichten. Hiervan wordt minimaal 24 uur vóór aanvang van de vergadering melding gemaakt bij de raadsgriffie. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing. 6.. Voor het eventueel verdedigen van een minderheidsstandpunt kan een vertegenwoordiger van een minderheid van de bestuurscommissie eveneens in de gelegenheid worden gesteld, tijdens een commissievergadering het woord te voeren. 7.. Insprekers dienen zich te onthouden van beledigende of onbehoorlijke uitdrukkingen als bedoeld in artikel 26. Indien een inspreker zich niet aan dit voorschrift houdt, wordt deze op last van de voorzitter uit de vergadering verwijderd. 8.. Per maatschappelijke organisatie, instelling, stichting, vereniging etc. kan slechts één persoon inspreken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel