**1..** Het college van burgemeester en wethouders kan op aanvraag aan één of beide personen die een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ ontvangt of ontvangen maximaal eens in de drie jaar een kennismakingsperiode toestaan. Indien in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag al een kennismakingsperiode is toegekend, wordt de aanvraag afgewezen.
**2..** De kennismakingsperiode vangt niet eerder aan dan nadat het college schriftelijk toestemming heeft verleend. Hiervoor verstuurt het college een beschikking.
**3..** Het college stuurt een afwijzende beschikking indien geen toestemming wordt gegeven voor de kennismakingsperiode.
**4..** De duur van de kennismakingsperiode wordt individueel bepaald en vastgesteld op de periode die nodig wordt geacht om een definitief besluit te kunnen nemen op het samenwonen. Als de periode is vastgesteld op minder dan zes maanden, dan kan de periode in overleg tussen bijstandsgerechtigde(n) en de afdeling Werk en Inkomen worden verlengd tot maximaal zes maanden in totaal.
**5..** Gedurende de kennismakingsperiode ontvangt de bijstandsgerechtigde een uitkering naar de norm die de belanghebbende ontving ten tijde van de aanvraag van de kennismakingsperiode, tenzij deze norm wijzigt wegens andere omstandigheden dan het samenwonen op proef.
**6..** De inlichtingenplicht ligt bij de partner die de bijstandsuitkering ontvangt.
Artikel 3
Kennismakingsperiode
Onderdeel van Beleidsregels kennismakingsperiode voor proef-samenwonen Leiderdorp 2024