Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Voorwaarden voor de toekenning kennismakingsperiode

Onderdeel van Beleidsregels kennismakingsperiode voor proef-samenwonen Leiderdorp 2024

De volgende voorwaarden zijn in hun geheel van toepassing op de toekenning van de kennismakingsperiode: Beide partners vragen gezamenlijk vooraf in de gemeente waar de bijstandsgerechtigde(n) de uitkering ontvang(en) aan of ze op proef mogen samenwonen, ook als de partner geen uitkering heeft. Wanneer er sprake is van twee partners die ieder een bijstandsuitkering ontvangen in een andere gemeente, dan bestaat het recht op de kennismakingsperiode alleen wanneer beide gemeenten hierin toestemmen. Beide aanvragers houden hun eigen woonadres aan en blijven op dat woonadres ingeschreven staan in BRP. Een eventuele verhuurder (wooncorporatie) is op de hoogte en akkoord met het tijdelijk niet voltijds bewonen van de woonruimte. Dit akkoord wordt schriftelijk vastgelegd door de verhuurder. Indien één van de partners voor een periode van langer dan 28 dagen ten tijde van de kennismakingsperiode in een inrichting als bedoeld in artikel 1 onderdeel f van de Participatiewet verblijft, eindigt het recht op de kennismakingsperiode. Wanneer de partner niet langer of niet meer in de inrichting verblijft, kan de kennismakingsperiode opnieuw worden aangevraagd. Bij toekenning herleeft het recht op de kennismakingsperiode voor de periode dat van de oorspronkelijke toegekende kennismakingsperiode resteert. Dit geldt ook wanneer één van de beide partners langer dan 28 dagen in het buitenland verblijft of is gedetineerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel