1.. Met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 4, 5 en 6, worden ten minste de authentieke gegevens verstrekt aan alle binnengemeentelijke overheidsorganen die deze gegevens uit de BRP nodig hebben voor de vervulling van hun taken; zodanig dat deze overheidsorganen aan hun verplichtingen krachtens de artikelen 1.7 en 2.34 van de wet kunnen voldoen.

2.. Een overheidsorgaan die gerede twijfel heeft over de juistheid van een (authentiek) gegeven dat hij verstrekt heeft gekregen uit de basisregistratie is verplicht hiervan mededeling te doen aan de informatiebeheerder.