1.. De toezichthouder ontleent de in lid 2 van dit artikel genoemde bevoegdheden aan hoofdstuk 5 van de Algemene Wet Bestuursrecht.

2.. De toezichthouder is in verband met de uitvoering van de taken als genoemd in artikel 31, bevoegd om:

  • - Met uitzondering van het zonder toestemming van een bewoner betreden van een woning, elke plaats te betreden met meeneming van apparatuur (zoals laptop, fotocamera).
  • - Zich zo nodig toegang verschaffen met behulp van de sterke arm.
  • - Zich te laten vergezellen door personen die door hem zijn aangewezen.
  • - Inlichtingen te vorderen.
  • - Inzage te vorderen van een identiteitsbewijs.
  • - Zakelijke gegevens te vorderen, kopieën te maken of documenten mee te nemen om te kopiëren.
  • - Onderzoek te doen.
  • - Rapport op te maken inzake een geconstateerde overtreding van de bepalingen van de Wet BRP, als genoemd in artikel 31.