Inleiding

De regering vindt het redelijk dat vluchtelingen uit Oekraïne die kunnen bijdragen aan de kosten dat doen. Andere vluchtelingen en asielzoekers met een eigen inkomen betalen ook een eigen bijdrage aan hun opvang. De eigen bijdrage is een bijdrage die betaalt dient te worden voor de kosten van opvang (gas, water en elektra) en de kosten van voeding in opvangvoorzieningen (catering) waar ontheemden zelf niet hun voeding kunnen bereiden.

Inlichtingen

Sinds de wijziging van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne heeft de ontheemde een informatieplicht. Dit houdt onder andere in dat de persoon wijzigingen in zijn inkomen aan de gemeenten doorgeeft zodat de gemeente kan beoordelen of er een verplichting is tot betalen van een eigen bijdrage. Daarnaast maakt de gemeente gebruik van de polisadministratie van het UWV (Suwinet) om te kunnen controleren wie een bijdrageplicht heeft.

De gemeente kijkt naar de inkomsten over de voorgaande 3 maanden. Wanneer iemand onregelmatig werk en inkomen heeft waar men de ene maand wel en de andere maand niet onder het bestaansminimum komt, dan past de gemeente maatwerk toe met betrekking tot het verstrekken van inlichtingen door ontheemden.

Bij het niet ontvangen van informatie gaat de gemeente over tot innen van de eigen bijdrage, vanaf de eerstvolgende maand dat de hoogte van de bijdrage wordt berekend.

Drempelbedrag geen eigen bijdrage

Er is sprake van onevenredig nadeel als iemand door het betalen van de bijdrage niet redelijkerwijs in het eigen levensonderhoud kan voorzien. Ontheemden die een eigen bijdrage betalen, moeten minimaal hetzelfde bedrag overhouden als ontheemden die alleen leefgeld krijgen. Vanuit de gedachte dat werken moet lonen is het te onderbouwen dat een ontheemde onderaan de streep iets meer overhoudt dan de enkele norm voor leefgeld. De ondergrens van de norm van het leefgeld geeft een beperkte prikkel tot werken dus de gemeente hanteert een 15% extra inkomsten boven op de inkomsten van de ontheemde. De verhoging van 15% op de inkomsten zorgt ervoor dat het besteedbaar inkomen boven het bedrag blijft dat anders aan leefgeld zou zijn ontvangen.