Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Uitzicht op inkomensverbetering

Onderdeel van Beleidsregels individuele inkomenstoeslag gemeente Mook en Middelaar 2025

Bij het bepalen van het uitzicht op inkomensverbetering worden in ieder geval de volgende factoren in overweging genomen: 1.. Uitzicht op inkomensverbetering heeft: a.. de belanghebbende die op de peildatum een opleiding volgt als genoemd in de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) dan wel een studie genoemd in de Wet studiefinanciering (WSF 2000) volgt of deze opleiding of studie op enig moment tijdens de referteperiode heeft gevolgd; b.. de belanghebbende die binnen een termijn van zes maanden na de aanvraagdatum een inkomen kan krijgen dat hoger is dan de inkomensgrens voor de IIT; c.. de belanghebbende die op de aanvraagdatum een inkomen heeft dat hoger is dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm maar vanwege het doorlopen van een minnelijke schuldregeling dan wel het wettelijke schuldsaneringstraject op bijstandsniveau leeft; d.. de belanghebbende die gedurende de referteperiode een maatregel opgelegd gekregen heeft wegens een schending van een re-integratie- of arbeidsverplichting, als bedoeld in de wet, de IOAW of de IOAZ dan wel een maatregel opgelegd heeft gekregen door het UWV of SVB. Een waarschuwing wordt hier niet als maatregel beschouwd; e.. de belanghebbende, anders dan genoemd onder a t/m d die gedurende de referteperiode verwijtbaar nagelaten heeft om overige factoren die het uitzicht op inkomensverbetering belemmeren, op te lossen. 2.. Belanghebbende als genoemd in het voorgaande lid heeft geen recht op individuele inkomenstoeslag. 3.. Wanneer in een andere situatie dan genoemd in lid 1 door het college kan worden vastgesteld dat sprake is van uitzicht op inkomensverbetering, dan kan het college eveneens de aanvraag om individuele inkomenstoeslag afwijzen.

Rechtspraak bij dit artikel