Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Geen uitzicht op inkomensverbetering

Onderdeel van Beleidsregels individuele inkomenstoeslag gemeente Mook en Middelaar 2025

1.. Geen uitzicht op inkomensverbetering heeft de belanghebbende die op de peildatum: a.. een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt op basis van volledige arbeidsongeschiktheid; b.. volledig arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 9 lid 5 van de wet; c.. een ontheffing heeft van de arbeidsverplichtingen genoemd in artikel 9 lid 1 met uitzondering van onderdeel c, of lid 2 van de wet dan wel artikel 37a van de IOAW of IOAZ, voor meer dan zes maanden; d.. op grond van artikel 9a van de wet dan wel 4b van de IOAW of IOAZ medisch urenbeperkt is, waarbij een vrijlating van inkomsten zoals bedoeld in artikel 31 lid 2 sub z van de wet dan wel artikel 8 lid 7 van de IOAW of artikel 8 lid 11 van de IOAZ van toepassing is; e.. voor zijn arbeidsinschakeling gedurende een periode van 12 maanden aangewezen is op ondersteuning bij re-integratie als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub a van de wet dan wel artikel 36 lid `van de IOAW of IOAZ; f.. voor de eerste stap om tot arbeidsinschakeling te komen is aangewezen op een participatieplaats als bedoeld in artikel 10a van de wet sociale activering als bedoeld in artikel 6 lid 1, onderdeel a, sub 7 van de wet dan wel artikel 4a van de IOAW of IOAZ, of voor zijn maatschappelijke participatie is aangewezen op vrijwilligerswerk. 2.. Belanghebbende als genoemd in voorgaande lid heeft recht op individuele inkomenstoeslag tenzij artikel 5 van toepassing is. 3.. Wanneer in een andere situatie dan genoemd in lid 1 door het college kan worden vastgesteld dat geen sprake is van uitzicht op inkomensverbetering en artikel 5 is niet van toepassing, dan kan het college eveneens de aanvraag om individuele inkomenstoeslag toekennen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel