Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 17.

Artikel 17.

Onderdeel van Verordening op de lokale rekenkamer Amsterdam

Dit artikel regelt een aantal aspecten betreffende de werkwijze van de rekenkamer. De rekenkamer is onafhankelijk; de rekenkamer bepaalt zelf welke onderzoeken zullen worden ingesteld. De rekenkamer kan op verzoek van de raad een onderzoek instellen, maar is dat niet verplicht. Wel wordt de mogelijkheid van de raad om expliciet om een onderzoek te verzoeken vermeld in artikel 182 van de Gemeentewet, waarmee een bepaald gewicht aan een dergelijk verzoek van de raad wordt toegekend. Vandaar dat in het derde lid wordt aangegeven dat de rekenkamer goede gronden aanvoert als zij afwijkt van een gemotiveerd verzoek  van de raad. De raad wordt van de voornemens van de rekenkamer op de hoogte gesteld via een jaarlijks onderzoeksplan. De raad krijgt dit plan ter kennisneming. De raad respectievelijk de commissie kan de rekenkamer een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De rekenkamer bericht binnen een maand gemotiveerd, of en in hoeverre aan dat verzoek zal worden voldaan. Bevoegdheden. De bevoegdheden waarmee de rekenkamer haar onderzoek kan uitvoeren, zijn reeds vermeld in de artikelen 183 en 184 van de Gemeentewet. Een  onderzoek van de rekenkamer blijft niet beperkt tot het financiële aspect. Ook de rol van de raad kan in het onderzoek worden betrokken. Immers, de rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel