**1..** Voor de doorvaartrechten en kadegelden zoals bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid wordt aangifte gedaan bij de gemeenteambtenaar, belast met de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen als bedoeld in artikel 231 van de Gemeentewet.
**2..** De aanslag als bedoeld in artikel 4, eerste lid is invorderbaar in één termijn die vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld;
**3..** De rechten als bedoeld in artikel 1, derde lid moeten worden betaald:
ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 4, tweede lid mondeling wordt gedaan: op het moment van het doen van de kennisgeving;
ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 4, tweede lid schriftelijk wordt gedaan: op het moment van uitreiking van de kennisgeving;
Ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 4, tweede lid wordt toegezonden, binnen dertig dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
**4..** De rechten als bedoeld in artikel 1, vierde lid zijn verschuldigd vanaf het moment dat een pleziervaartuig wordt afgemeerd en dienen te worden voldaan als volgt:
Ingeval elektronisch of mondeling aangifte is gedaan: onmiddellijk na het doen van de aangifte.
Ingeval telefonisch, schriftelijk of via e-mail aangifte is gedaan: binnen twee weken gerekend vanaf de dag waarop aangifte is gedaan.
Artikel 6.
Tijdstip van betaling en aangifte
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van scheepvaartrechten Land van Cuijk 2025