Naar hoofdinhoud
1.. Het recht als bedoeld in artikel 1, eerste lid (doorvaartrecht) wordt niet geheven van degene die het recht is verschuldigd als bedoeld in artikel 1, tweede lid (kadegeld); 2.. De rechten als bedoeld in artikel 1, eerste en derde lid (doorvaartrecht en aanleggeld) worden niet geheven voor: een vaartuig, in dienst van de gemeente Land van Cuijk; een vaartuig, in dienst van het Rijk en/of provincie, mits geen personen of goederen tegen betaling worden vervoerd; hospitaalschepen in gebruik als vakantieschip ten behoeve van zieken en gehandicapten (ziekengastschepen); een vaartuig met een waterverplaatsing van minder dan 5 m3; een vaartuig dat door ijsgang of andere redenen van overmacht, zijn reis niet kan beginnen of vervolgen, mits het niet laadt of lost; 3.. Het recht als bedoeld in artikel 1, derde lid (aanleggeld) wordt bovendien niet geheven voor: een vaartuig, dat uitsluitend - zonder te laden of te lossen - aanlegt aan de kade om aan de opvarenden gelegenheid te geven tot het bezoeken van openbare erediensten of openbare bijeenkomsten van genootschappen op geestelijke grondslag - andere dan kerkgenootschappen - die rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zijn, voor het gezamenlijk beleven van en zich bezinnen op de aan die genootschappen liggende levensovertuiging, indien en voor zover het aanleggen niet plaatsvindt vóór 12.00 uur van de dag voorafgaande aan en niet langer duurt dan tot 10.00 uur van de dag volgende op de dag van vorenbedoeld bezoek; een vaartuig dat aanlegt aan de kade voor het doen van inkopen voor eigen gebruik en/of voor het bunkeren van brandstoffen ter voortbeweging van het vaartuig, mits dit niet langer duurt dan ten hoogste drie uren en gedurende die tijd niet wordt geladen en/of gelost; een vaartuig dat aanlegt aan de kade - zonder te laden of te lossen - voor het doen verrichten van belangrijke herstellingen of veranderingen aan het vaartuig; een vaartuig, waarvoor reeds aanleggeld is geheven, wordt geen verder recht geheven, indien het door ijsgang of andere redenen van overmacht, zijn reis niet kan beginnen of vervolgen; 4.. Herstellingen of veranderingen aan het vaartuig zoals bedoeld in lid 3, onder c van dit artikel, worden als belangrijk aangemerkt, indien vitale delen van het vaartuig hun normale functie niet kunnen verrichten en het vaartuig als gevolg daarvan zolang niet als bedrijfs- of vaarklaar kan worden beschouwd; 5.. IJsgang, als bedoeld in lid 2, onder e en lid 2, onder d van dit artikel wordt gerekend te beginnen met de dag, waarop van rijkswege de betonning wordt weggenomen en op te houden met de dag waarop de betonning wordt herplaatst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel