De bevoegdheid tot vaststelling van een wijziging van het Omgevingsplan Amsterdam te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders, in die gevallen dat:
- - de wijziging van het Omgevingsplan Amsterdam ten behoeve van een hernieuwbare energie-project is, en;
- - de wijziging van het Omgevingsplan Amsterdam in overeenstemming is met de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, Omgevingswet, en;
- - de wijziging van het Omgevingsplan Amsterdam in overeenstemming is meteen vastgesteld programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, waarmee de raad heeft ingestemd, en;
- - de wijziging van het Omgevingsplan Amsterdam ziet op een klein gebied of een kleine wijziging zoals bedoeld in art. 11.1, derde en vierde lid, van het Omgevingsbesluit.
- - de wijziging van het Omgevingsplan Amsterdam betrekking heeft op een nieuwe ondergrondse 150kV-kabelverbinding met bijbehorende 150kV-schakel,- en transformatorstations.