Niet van toepassing is het bepaalde in de artikelen 2.5.20, 2.5.21 en 2.5.23 op:
onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk die bij het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten worden als het aanbrengen van veranderingen van niet-ingrijpende aard als bedoeld in art. 3, eerste lid, onder k, van het Besluit bouwwerken;
het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen van bouwwerken, anders dan het aanbrengen van veranderingen van niet-ingrijpende aard als bedoeld in art. 3, eerste lid, onder k, van het Besluit bouwwerken, en dan ten aanzien van die gedeelten welke de maximale bouwhoogte overschrijden;
topgevels in het verticale vlak, gaande door de voorgevelrooilijn of de achtergevelrooilijn, mits zij niet breder zijn dan 6 m en mits de geveloppervlakte, over de breedte van de topgevel gemeten, niet groter is dan het product van de breedte van de topgevel en de toegelaten bouwhoogte ter plaatse;
plaatselijke verhogingen met geen grotere breedte dan 0,60 m.
Artikel 2.5.28 Ontheffing voor overschrijding van de toegelaten bouwhoogte
1. Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in de artikelen 2.5.20, 2.5.21 en 2.5.23 ten behoeve van:
gbouwen voor openbaar nut, scholen, kerken, schouwburgen en andere gebouwen, bestemd voor het houden van bijeenkomsten en vergaderingen;
gebouwen, indien het belang van het stadsschoon daartoe aanleiding geeft;
gebouwen, bestemd voor het uitoefenen van een bedrijf, indien de aard daarvan aanleiding ertoe geeft;
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van het verkeer, de waterhuishouding, de energie-voorziening of het telecommunicatieverkeer, al dan niet van openbare aard, voorzover niet reeds zonder bouwvergunning toelaatbaar op grond van art. 3, derde lid, van het Besluit bouwwerken;
het geheel of gedeeltelijk veranderen of vergroten van een bouwwerk, voorzover niet reeds zonder bouwvergunning toelaatbaar op grond van art. 3, eerste lid, onder k, van het Besluit bouwwerken en indien:
1º de bestaande belendende gebouwen de maximale bouwhoogte overschrijden en het belang van het stadsschoon daartoe aanleiding geeft;
2º bij het overschrijden van bestaande uitwendige hoogteafmetingen andere hoogteafmetingen kleiner worden dan de bestaande;
plaatselijke verhogingen met een grotere breedte dan 0,60 m;
dakkapellen;
topgevels, breder dan 6 m, en gevelverhogingen van soortgelijke aard;
-
draagconstructies voor een reclame;
schoorstenen, kanalen en leidingen;
antennes, voorzover niet reeds zonder bouwvergunning toelaatbaar op grond van art. 3, eerste lid, onder e en f, van het Besluit bouwwerken.
**2..** De ontheffingen, vermeld in het eerste lid, mogen ook worden verleend, indien dientengevolge strijd zal ontstaan met het bepaalde in art. 2.5.1 ten aanzien van een gebouw aan de overzijde van de weg ten behoeve van het oprichten of uitbreiden van een gebouw in de zones A en B, indien het gebouw aan de overzijde van de weg de maximummaten krachtens de artikelen 2.5.20, 2.5.21 en 2.5.23 overschrijdt, mits het op te richten, te vernieuwen, te veranderen of te vergroten gebouw niet hoger wordt dan het bestaande.