Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2.5.29

Ontheffing voor overschrijding van de rooilijnen en van de toegelaten bouwhoogte in geval van voorbereiding van nieuw ruimtelijk beleid

Onderdeel van Bouwverordening 2003

1.. In andere gevallen dan bedoeld in de artikelen 2.5.8, 2.5.14 en 2.5.28 kunnen Burgemeester en Wethouders ontheffing verlenen van de verboden tot bouwen met overschrijding van de voor- en van de achtergevelrooilijn en van het verbod tot bouwen met overschrijding van de maximale bouwhoogte. 2.. De in het eerste lid bedoelde ontheffing kan door Burgemeester en Wethouders worden verleend indien: de desbetreffende bouwactiviteit voorkomt in art. 20 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro); de desbetreffende bouwactiviteit valt onder het beleid van de provincie inzake art. 19, lid 2, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), of het desbetreffende bouwplan in overeenstemming is met in voorbereiding zijnd toekomstig ruimtelijk beleid. De ontheffing in een geval als bedoeld onder b en c kan slechts verleend worden als bij de aanvraag om bouwvergunning een goede ruimtelijke onderbouwing, als bedoeld in art. 19 van de WRO, wordt overgelegd. 3.. Op de voorbereiding van het besluit omtrent een ontheffing, als bedoeld in het eerste lid, is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing, met dien verstande dat gedurende de termijn van terinzagelegging iedere belanghebbende schriftelijk zijn zienswijze omtrent de aanvraag kan inbrengen. 4.. Een krachtens lid 1 verleende ontheffing wordt onverwijld door Burgemeester en Wethouders opgenomen in een ontheffingenregister, welke een basis vormt het voor toekomstig ruimtelijk beleid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel