Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 8.1.1

Sloopvergunning

Onderdeel van Bouwverordening 2003

1.. Het is verboden, bouwwerken, standplaatsen en woonwagens daaronder begrepen, te slopen zonder of in afwijking van een vergunning van Burgemeester en Wethouders (sloopvergunning). 2.. De in het eerste lid bedoelde vergunning is niet vereist voor het slopen van datgene waarvoor ingevolge art. 43 van de Woningwet geen bouwvergunning is vereist, een en ander tenzij het slopen mede of uitsluitend betreft het verwijderen van asbest dat deel uitmaakt van een bouwwerk, anders dan bedoeld in art. 8.2.1 en in art. 8.2.2. Het bouwtoezicht kan hierbij aanwijzingen geven met betrekking tot het gestelde in het derde lid, onder a tot en met d; degene aan wie een aanwijzing is gegeven, is verplicht daaraan te voldoen. Voorts is geen vergunning vereist voor het slopen ingevolge een besluit op grond van art. 13 van de Woningwet, dan wel een besluit tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom tenzij het slopen mede of uitsluitend betreft het verwijderen van asbest. Burgemeester en Wethouders kunnen aan hun besluit voorwaarden en voorschriften verbinden als bedoeld in het derde lid. 3.. Burgemeester en Wethouders verbinden aan de sloopvergunning slechts voorwaarden en voorschriften ter bescherming van de belangen, ten behoeve waarvan de voorschriften strekken krachtens welke de vergunning wordt verleend, welke voorwaarden en voorschriften in ieder geval betrekking kunnen hebben op: de veiligheid tijdens het slopen; de bescherming van nabijgelegen bouwwerken; het scheiden en het op de sloopplaats gescheiden houden van het sloopafval, ten minste inhoudende een scheiding in een fractie asbest, een fractie gevaarlijk afval en een fractie overig afval; het vóór de aanvang van de sloopwerkzaamheden overleggen van de gegevens als bedoeld in art. 8.1.2, eerste lid, onder c, voorzover deze gegevens niet reeds zijn overgelegd. 4.. De voorwaarden en voorschriften over het sloopafval als bedoeld in het derde lis, onder c, kunnen eisen bevatten omtrent het selectief slopen, de fracties waarin wordt gescheiden, de tijdelijke opslag op het sloopterrein en het in fracties gescheiden verpakken van het sloopafval op het sloopterrein. Burgemeester en Wethouders verbinden aan de sloopvergunning met betrekking tot asbest voorschriften over het afzonderlijk gereed maken daarvan voor de afvoer van het sloopterrein en over de termijn waarbinnen dit moet plaatsvinden. 5.. Burgemeester en Wethouders kunnen nadere regels stellen terzake van veiligheid en hinder tijdens het slopen, het selectief slopen, de fracties waarin het sloopafval wordt gescheiden - met uitzondering van asbest -, de tijdelijke opslag van gevaarlijk afval en het gescheiden verpakken op het sloopterrein. 6.. De vergunningplicht als bedoeld in het eerste lid geldt niet indien in een tijdelijke bouwvergunning voor een seizoengebonden bouwwerk voorschriften zijn gesteld over het slopen van het tijdelijk bouwwerk als bedoeld in het zesde lid van art. 45 van de Woningwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel