**1..** Een aanvraag om sloopvergunning moet inhouden:
de naam en het correspondentie-adres in Nederland van de aanvrager;
indien een gemachtigde is aangewezen, diens naam en correspondentie-adres in Nederland en een door de aanvrager ondertekende machtiging;
de naam en het adres van degene die met het slopen zal worden belast;
de kadastrale aanduiding van het perceel waarop zich het te slopen bouwwerk bevindt, alsmede de straat en het huisnummer van het bouwwerk. Indien de sloopwerkzaamheden bestaan uit asbestverwijdering van meer dan één bouwwerk in het kader van hetzelfde project, wordt een lijst met bedoelde kadastrale aanduidingen en huisnummers van de desbetreffende bouwwerken bijgevoegd, welke lijst ingevolge het achtste lid is gewaarmerkt;
een exacte aanduiding van het gedeelte van een bouwwerk waarop de sloopwerkzaamheden betrekking hebben, indien niet het gehele bouwwerk wordt gesloopt;
het doel waarvoor het bouwwerk c.q. het te slopen gedeelte van het bouwwerk laatstelijk is gebezigd;
mededeling, of een bouwvergunning is of zal worden aangevraagd voor een op het perceel van het te slopen bouwwerk c.q. het te slopen gedeelte van het bouwwerk op te richten of te veranderen of uit te breiden bouwwerk;
een beschrijving van de wijze waarop het slopen zal plaatsvinden;
-
gegevens met betrekking tot de coördinatie van vergunningaanvragen als bedoeld in art. 8.1.3;
het sloopveiligheidsplan als bedoeld in art. 8.3.1.
**2..** In de aanvraag wordt gemotiveerd aangegeven, of het te slopen bouwwerk asbest bevat. Asbest wordt niet vermoed aanwezig te zijn indien bij de aanvraag een van de volgende gegevens wordt overgelegd:
een afschrift van het asbestinventarisatierapport, uitgevoerd door een deskundig asbestonderzoeksbedrijf, waaruit blijkt dat er zich geen asbest in het te slopen bouwwerk bevindt;
een asbestonderzoeksrapport, opgesteld vóór 1 juli 1999, dat voldoet aan de eisen in BRL 5052, waaruit blijkt dat er zich geen asbest in het te slopen bouwwerk bevindt; indien het bedoelde onderzoeksrapport is opgesteld vóór 1 juli 1993, dient tevens een schriftelijke verklaring van de aanvrager te worden overgelegd dat er sinds het onderzoek geen veranderingen van het te slopen bouwwerk hebben plaatsgevonden waarbij asbesthoudende materialen zijn toegepast;
een schriftelijk bewijsstuk dat het te slopen bouwwerk is gebouwd na 1 januari 1994;
bij woningen of naar bouwconstructie of materiaaltoepassing vergelijkbare, niet tot bewoning bestemde bouwwerken en bijgebouwen: een schriftelijke verklaring van de bouwer van het te slopen bouwwerk dat hij hierin geen asbest heeft toegepast, alsmede een schriftelijke verklaring van de aanvrager dat er sinds het tijdstip van de bouw geen veranderingen hebben plaatsgevonden, waarbij asbesthoudende materialen zijn toegepast;
bij sloop van bepaalde materialen: een schriftelijke verklaring van de fabrikant of leverancier dat het te slopen materiaal geen asbest bevat, alsmede een schriftelijke verklaring van de aanvrager dat het materiaal van deze fabrikant of leverancier afkomstig is. Indien geen van bovenvermelde gegevens bij de aanvraag wordt overgelegd, wordt vermoed dat het bouwwerk asbest bevat, tenzij de aanvrager in vergelijkbare situaties andere gegevens verstrekt die dit vermoeden naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders voldoende weerleggen.
**3..** Indien – gelet op het tweede lid – wordt vermoed dat het bouwwerk asbest bevat of de aanvrager weet of redelijkerwijs kan weten dat zich in het bouwwerk asbest bevindt wordt met een asbestinventarisatierapport van een deskundig bedrijf aangetoond of dit juist is, en zo ja, waar dit asbest zich bevindt. Indien geen asbestinventarisatierapport van een deskundig bedrijf wordt overgelegd, moeten bij de aanvraag andere gegevens worden overgelegd waaruit blijkt of asbest aanwezig is, en zo ja, waar dit asbest zich bevindt. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien
de aanvraag sloopvergunning uitsluitend betrekking heeft op het verwijderen van asbest op in de aanvraag aangeduide plaatsen, of
een asbestonderzoeksrapport als bedoeld in het tweede lid, onder b, bij de aanvraag is gevoegd.
**4..** Indien op grond van het historisch gebruik is te verwachten dat een te slopen bouwwerk c.q. een te slopen gedeelte van een bouwwerk is verontreinigd met als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen van hoofdstuk 17 van de Afvalstoffenlijst behorende bij de Regeling Europese afvalstoffenlijst (EURAL), dient een onderzoek te worden ingesteld naar de vermoedelijke verontreiniging en moet een rapport met de uitslag van dit onderzoek bij de aanvraag om sloopvergunning worden gevoegd.
**5..** De aanvraag en de daarbij behorende bescheiden moeten in het door of namens Burgemeester en Wethouders bepaalde aantal worden ingediend.
**6..** Bij het indienen van de aanvraag moet de aanvrager gebruik maken van de door of namens Burgemeester en Wethouders vastgestelde formulieren.
**7..** De aanvraag mag meer dan één bouwwerk betreffen, indien zij betrekking heeft op bouwwerken op hetzelfde terrein of op met elkaar samenhangende terreinen dan wel indien zij betrekking heeft op asbestverwijdering van meer dan één bouwwerk in het kader van hetzelfde project.
**8..** De aanvraag moet worden ondertekend door de aanvrager of diens gemachtigde. De bij de aanvraag om sloopvergunning behorende bescheiden moeten door de aanvrager of diens gemachtigde ondertekend dan wel gewaarmerkt worden.
**9..** Indien de aanvraag het gedeeltelijk slopen van een bouwwerk betreft, moeten uit de aanvraag en de daarbij behorende bescheiden de bestaande en de nieuwe toestand duidelijk blijken.
**10..** De aanvrager krijgt van of namens Burgemeester en Wethouders een bewijs van ontvangst waarin de datum van ontvangst is vermeld.
**11..** Een aanvraag om sloopvergunning geldt tevens als melding van het voornemen tot slopen voorzover dit slopen betrekking heeft op asbest, behoudens het bepaalde in art. 2.1.4, tweede lid.
**12..** Een aanvraag om sloopvergunning voor werkzaamheden waarvoor geen sloopvergunning is vereist, wordt, voorzover dit slopen betrekking heeft op asbest, aangemerkt als melding als bedoeld in art. 8.2.1.