**1..** Burgemeester en Wethouders beslissen omtrent een aanvraag om sloopvergunning binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag. Zij kunnen hun beslissing eenmaal voor ten hoogste zes weken verdagen. Een afschrift van hun besluit tot verdaging zenden zij zo spoedig mogelijk aan de aanvrager.
**2..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid beslissen Burgemeester en Wethouders over een aanvraag om sloopvergunning binnen vier weken na de dag waarop de aanvraag om een sloopvergunning is ingediend, indien het slopen uitsluitend is bedoeld om asbest of asbesthoudende producten uit een bouwwerk te verwijderen.
**3..** In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid houden Burgemeester en Wethouders de beslissing aan indien een vergunning is vereist als bedoeld in:
art. 11 of art. 37 van de Monumentenwet 1988 of de provinciale of de gemeentelijke monumenten-verordening;
de artikelen 20, 24 en 36 van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing;
art. 14 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening,
en omtrent die vergunning nog niet is beslist.
**4..** Burgemeester en Wethouders houden de beslissing eveneens aan indien een vergunning op grond van art. 30, eerste lid, van de Huisvestingswet is vereist en zij omtrent die vergunning nog niet hebben beslist.
**5..** De aanhouding duurt in ieder geval niet langer dan totdat onherroepelijk op de aanvragen om vergunning, bedoeld in het derde lid, dan wel op de aanvraag om vergunning als bedoeld in het vierde lid is beslist. Bij samenloop van vergunningen wordt uitgegaan van de laatstgenomen beslissing.