Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 8.1.3

Gegevens met betrekking tot het coördineren van vergunningaanvragen

Onderdeel van Bouwverordening 2003

1.. Indien het slopen waarvoor sloopvergunning wordt gevraagd, tevens vergunningplichtig is ingevolge de Monumentenwet 1988, de provinciale dan wel gemeentelijke monumentenverordening, dient de aanvrager de volgende bescheiden te overleggen bij de aanvraag om sloopvergunning: een door of namens het bevoegde bestuursorgaan gewaarmerkte kopie van de aanvraag om monumentenvergunning, bij het ontbreken waarvan de aanvraag om sloopvergunning tevens kan worden beschouwd als een aanvraag voor de benodigde monumentenvergunning, onverminderd de toepasselijke bepalingen omtrent de wijze van inrichting en indiening van een aanvraag om monumentenvergunning in art. 12 van de Monumentenwet 1988, dan wel in de provinciale of gemeentelijke monumentenverordening; een kopie van de beschikking op de aanvraag om monumentenvergunning indien deze beschikking reeds is gegeven. 2.. Indien het slopen waarvoor sloopvergunning wordt gevraagd, tevens vergunningplichtig is ingevolge de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing of ingevolge de Wet op de Ruimtelijke Ordening, kan de aanvraag om sloopvergunning tevens worden beschouwd als een aanvraag om die vergunning, onverminderd de toepasselijke bepalingen omtrent de wijze van inrichting en indiening van een dergelijke aanvraag. 3.. Indien het slopen waarvoor sloopvergunning wordt gevraagd, niet kan plaatsvinden zonder onttrekking, samenvoeging of omzetting van woonruimte waarvoor vergunning is vereist krachtens art. 30, eerste lid, van de Huisvestingswet, kan de aanvraag om sloopvergunning tevens worden beschouwd als een aanvraag om die vergunning, onverminderd de toepasselijke bepalingen omtrent de wijze van inrichting en indiening van een dergelijke aanvraag om vergunning als bedoeld in de Huisvestingsverordening. 4.. Indien een aanvraag om sloopvergunning tevens wordt beschouwd als een aanvraag om vergunning als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt de aanvrager dat door of namens Burgemeester en Wethouders bekendgemaakt binnen vijf weken na indiening van de aanvraag om sloopvergunning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel