**1..** De achtergevelrooilijnen voor de keurblokken aan de Herengracht en aan de Keizersgracht zijn voor de keurblokken, vermeld op de bij dit artikel vermelde staat, gelegen ter plaatse als op de bij vermelde staat behorende tekeningen, gemerkt I-XXVII, is aangegeven.
**2..** Aan de lange zijden van een vierhoekig, door rechte lijnen begrensd, bouwblok liggen de achtergevelrooilijnen over de gehele lengte van het blok, achter de bijbehorende voorgevelrooilijnen, op een afstand in meters, gelijk aan de uitkomsten van de formules in de bij dit lid behorende staten, volgens de daarin gemaakte onderscheidingen.
In deze formules betekent D:
in een bouwblok waarvan de lange zijden evenwijdig lopen:
de diepte van het bouwblok in meters, gemeten haaks op die zijden;
in andere bouwblokken dan bedoeld onder a:
de diepte in meters, gemeten in de dwarsdoorsnede van het blok, haaks geplaatst op de lijn welke de hoek, gevormd door de lange zijden, middendoor deelt.
Bouwblokken, bestemd voor bebouwing langs de vier zijden
(gehele blokken), met een diepte van:
Deel der
gemeente
minder
dan 30 m
30 m
en meer
minder
dan 40 m
40 m
en meer
Zone A
1/2 D - 3
2/5 D
Zone B
1/2 D - 5
3/10 D + 1
Overige deel
der gemeente
-
-
1/2 D - 8
1/5 D + 4
Bouwblokken waarvan een der lange zijden niet voor bebouwing is bestemd
(halve blokken), met een diepte van:
Deel der
gemeente
minder
dan 15 m
15 m
en meer
minder
dan 20 m
20 m
en meer
Zone A
D - 3
4/5 D
Zone B
D - 5
3/5 D + 1
overige deel
der gemeente
-
-
D - 8
2/5 D + 4
**3..** Aan de korte zijden van een vierhoekig, door rechte lijnen begrensd bouwblok, wordt de achtergevelrooilijn gevormd door de lijn, evenwijdig aan de korte zijde, gaande door het meest achterwaarts gelegene van de snijpunten der lijnen welke de door de voorgevelrooilijnen gevormde hoeken middendoor delen met de achtergevelrooilijnen der bijbehorende lange zijden.
**4..** Voor andere dan in het tweede en derde lid bedoelde bouwblokken wordt de ligging der achtergevelrooilijnen afgeleid uit de beginselen, neergelegd in die leden.
**5..** In gedeelten der gemeente waar geen bouwblokken als bedoeld in het tweede, derde of vierde lid aanwezig zijn, ligt de achtergevelrooilijn op een afstand van 12 m achter de voorgevelrooilijn.
**6..** Idien in een hoekbebouwing de elkaar snijdende achtergevelrooilijnen een scherpe hoek vormen, moeten in het belang van de toetreding van daglicht-de achtergevels van die bebouwing over een afstand van ten minste 5 m ter weerszijden van bedoeld snijpunt ten- minste 2 m terugliggen ten opzichte van beide achtergevelrooilijnen.
**7..** Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in het zesde lid, voorzover de aard, de indeling en het gebruik van de gebouwen in de hoekbebouwing dit toelaten.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 2.5.11
Ligging van de achtergevelrooilijn
Onderdeel van Bouwverordening 2003