Elk initiatief wordt in eerste instantie getoetst aan de verplichte criteria uit categorie 1. Dit zijn criteria waaraan ten minste voldaan moet zijn, wil een initiatief overwogen kunnen worden. Aan elk van deze criteria dient ten minste voldaan te worden. Hierna kunnen de initiatieven beoordeeld worden aan de criteria van categorie 2. De criteria van categorie 1 zijn als volgt:
- - Gemeente Best eist minimaal 50% lokaal eigendom:
Dit betekent dat inwoners/ondernemers van Best financieel kunnen deelnemen (bijv. investeren en aandelen). Daar hoort risico nemen bij. (Mede-) eigendom betekent naast financieel bijdragen, ook zeggenschap over het project én over de besteding van de baten. Dit kan bijvoorbeeld geregeld worden via een coöperatie of in een (gemeentelijk) duurzaamheidsfonds voor de inwoners van Best om op deze wijze anderszins meerwaarde te creëren.
- - Multifunctioneel ruimtegebruik:
Zorgvuldig omgaan met beschikbare ruimte is een belangrijk uitgangspunt en daarom moet er sprake zijn van dubbelgebruik bij realisatie van grootschalige opwek. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een geluidswal langs de snelweg, of het herstellen van het omringend landschap en het verhogen van de biodiversiteit, het verbeteren van de waterkwaliteit en het realiseren van waterberging. Hierbij gaat het dus om een waardevolle toevoeging naast de grootschalige opwek, passend binnen de ruimtelijke bestemming. Het realiseren van een zonnepark is zonder aanvullende besluitvorming dan ook geen rechtvaardiging om een “niet-buitengebied-gebonden-functie”, zoals een stedelijke functie te realiseren in het buitengebied.
- - Procesparticipatie:
Aantoonbaar inhoudelijk betrekken van inwoners/ondernemers bij een project, gericht op besluitvorming, randvoorwaarden etc. Een omgevingsdialoog is verplicht. Hierbij moet het participatiebeleid van de gemeente gehanteerd worden.
- - Bouwstoffen die uitloogbaar zijn mogen niet worden toegepast. Als schadelijk uitloogbaar (bouw)materiaal wordt in ieder geval aangemerkt: zink, lood, koper, gewolmaniseerd (geïmpregneerd) hout en teerbitumen. Daarnaast moet gebruik worden gemaakt van verantwoorde, duurzame materialen. De materialen mogen niet schaars of schadelijk voor het milieu zijn. Herbruikbaar en circulair materiaalgebruik wordt gestimuleerd. Voor onderhoud mogen geen stoffen die schadelijk zijn voor de bodem gebruikt worden.
- - Er mag geen permanente verlichting toegepast worden, maar beveiligingsverlichting mag wel toegepast worden.