1.. De toegang tot schuldhulpverlening kan geweigerd en/of beëindigd worden als de inwoner zich richting de schuldhulpverlener of een andere ambtenaar, (ernstig) misdraagt.

2.. De toegang tot schuldhulpverlening wordt door het college geweigerd indien:

  • - de inwoner op grond van artikel 5 lid 4 een uitsluitingstermijn heeft gekregen welke nog niet is beëindigd;
  • - de inwoner niet of onvoldoende zijn verplichtingen nakomt zoals beschreven in artikel 6 (inlichtingenplicht) en 7 (medewerkingsplicht) van de Wgs en/of van de verplichtingen zoals genoemd in artikel 5 van deze beleidsregels.

4.. Het college gaat over tot beëindiging van de schuldhulpverlening als er sprake is van een van onderstaande situaties:

  • - het schuldhulpverleningstraject is succesvol afgerond;
  • - de inwoner wil zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet gebruiken voor de aflossing van schulden;
  • - de inwoner komt niet of onvoldoende zijn verplichtingen na zoals neergelegd in artikel 6 en 7 van de Wgs, artikel 5 van deze beleidsregels en het plan van aanpak. Voordat het traject beëindigd wordt krijgt de inwoner een redelijke hersteltermijn om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen;
  • - als de inwoner niet instemt met het plan van aanpak;
  • - op basis van verkeerde en onjuiste informatie – zo is later gebleken – schuldhulpverlening aan de inwoner is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
  • - de inkomens-, woon- of leefsituatie van de inwoner zo onzeker is geworden, dat schuldhulpverlening niet meer mogelijk is;
  • - de inwoner niet in staat is om zijn financiën of schulden zelf te regelen en geen ondersteunde hulp (budgetbeheer) accepteert;
  • - de schuldhulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de inwoner, niet (langer) passend is;
  • - op verzoek van de inwoner zelf.