Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

Toetsvermogen

Onderdeel van Verordening Amsterdamse middensegment hypotheek

1.. Het toetsvermogen wordt vastgesteld aan de hand van de meest recente IB-60-verklaring(en) van de Rijksbelastingdienst en/of door de eigenaar-bewoner op verzoek van Burgemeester en Wethouders omtrent het vermogen te verstrekken gegevens. 2.. Het bedrag van de overschrijding als bedoeld in Artikel 6, tweede lid, wordt berekend door het toetsvermogen te verminderen met het bedrag dat volgens de hierna volgende overzicht bij een eenpersoonshuishouden, gelet op de leeftijd van de eigenaar-bewoner, en bij een meergezinshuishouden, gelet op de leeftijd van elk van de eigenaren-bewoners, van toepassing is: € 17.992,39 bij een eenpersoonshuishouden, als de eigenaar-bewoner op het moment van aanvraag van geldelijke steun jonger is dan 64 jaar; € 26.500,76 bij een meerpersoonshuishouden als elk van de eigenaren-bewoners op het moment van aanvraag van geldelijke steun jonger is dan 64 jaar; € 30.766,30 bij een eenpersoonshuishouden als de eigenaar-bewoner op het moment van de aanvraag van geldelijke steun 64 jaar of ouder is; € 45.587,27 bij een meerpersoonshuishouden als ten minste een van de van de eigenaren-bewoners op het moment van aanvraag van geldelijke steun 64 jaar of ouder is. Bedoelde bedragen onder a tot en met d worden automatisch aangepast conform de wijziging daarin ingevolge de Huursubsidiewet. 3.. Onder vermogen wordt verstaan: het vermogen, bedoeld in hoofdstuk II, met uitzondering van Artikel 5  van de Wet op de vermogensbelasting 1964 met inbegrip van de uitwerking daaraan gegeven bij algemene maatregel van bestuur, met inbegrip van vermogen in het buitenland waarvoor in Nederland geen vermogensbelasting is verschuldigd. 4.. Bij de bepaling van het toetsvermogen is het bepaalde in Artikel 9, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel