**1..** De geldelijke steun wordt vastgesteld voor het eerst per de datum waarop de akte van de hypothecaire lening wordt gepasseerd, en vervolgens hernieuwd vastgesteld per 1 juli van het derde kalenderjaar, volgend op het jaar waarin de hiervoor bedoelde eerste vaststelling geschiedt, en vervolgens telkens per 1 juli zodra een aaneengesloten driejaarstijdvak verstrijkt.
**2..** Bij de eerste vaststelling wordt het bedrag van de overschrijding als bedoeld in Artikel 10, tweede lid, in mindering gebracht op te verstrekken geldelijke steun.
**3..** Het bedrag van de geldelijke steun wordt bij hernieuwde vaststelling verlaagd, indien en voorzover de eigenaar-bewoner op grond van zijn toetsinkomen volgens de normen van de Nationale Hypotheek Garantie een groter deel van de lasten van de hypothecaire lening voor diens rekening kan nemen dan voor hem mogelijk is gedurende het lopende tijdvak.
Echter, de verlaging vindt slechts plaats voorzover het bedrag van de verlaging een bedrag van € 2500 overschrijdt. Bij de berekening van het bedrag van de verlaging wordt naar beneden afgerond op een veelvoud van € 500.
**4..** Bij de hernieuwde vaststelling als bedoeld in het eerste lid wordt de geldelijke steun met betrekking tot het direct aansluitende tijdvak nimmer verhoogd ten opzichte van het lopend tijdvak.
**5..** Indien een eigenaar-bewoner bij hernieuwde vaststelling niet meer voor geldelijke steun in aanmerking komt, eindigt de geldelijke steun van rechtswege per de eerstvolgende datum van conversie van de hypotheekrente.
Hoofdstuk
Artikel 6
De vaststelling van de geldelijke steun
Onderdeel van Verordening Amsterdamse middensegment hypotheek