Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Voorwaarden met betrekking tot verlening van geldelijke steun

Onderdeel van Verordening Amsterdamse middensegment hypotheek

1.. Burgemeester en Wethouders verlenen slechts geldelijke steun voorzover de eigenaar-bewoner naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders, gelet op diens toetsinkomen alsmede gelet op diens toetsvermogen, niet zelf in staat is de hypothecaire lening volledig voor eigen rekening aan te gaan. Bij de vaststelling van het deel van de hypothecaire lening dat de eigenaar-bewoner niet voor eigen rekening kan nemen, worden de normen van de Nationale Hypotheek Garantie toegepast. 2.. De geldelijke steun volgens het eerste lid kan niet meer dan € 68.000 bedragen. 3.. De geldelijke steun wordt slechts verstrekt bij een saldo van toetsinkomen dat niet lager is dan € 20.420 en niet hoger is dan € 38.575. 4.. Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd, de bedragen, bedoeld in het tweede en derde lid, jaarlijks aan te passen, met dien verstande dat de aanpassing van het bedrag in het tweede lid slechts kan geschieden, nadat de Commissie voor Volkshuisvesting, Stadsvernieuwing, Ruimtelijke Ordening en Grondzaken is gehoord. 5.. Burgemeester en Wethouders verlenen slechts geldelijke steun onder de voorwaarde, dat: de aanvrager op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is en naast de aanvrager als verkrijgers van de nieuwbouwwoning in de koopakte, zo nodig door middel van een aanvulling daarop, en in de akte van transport worden vermeld, en bovendien als hoofdelijk (mede)schuldenaar in de akte van hypothecaire lening worden vermeld: degene die met de aanvrager is gehuwd, dan wel degene die de geregistreerde partner is van de aanvrager en/of eenieder die, niet-zijnde de echtgenoot of geregistreerde partner dan wel een bloedverwant in de eerste graad of een pleegkind, met de aanvrager een gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd gedurende meer dan zes maanden voorafgaande aan de datum van eerste bewoning van de nieuwbouwwoning. 6.. Om voor geldelijke steun in aanmerking te kunnen komen, is vereist, dat degene die eigenaar-bewoner wordt/is: de Nederlandse nationaliteit bezit of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander worden behandeld, of vreemdeling is en rechtmatig verblijf houdt in de zin van Artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet. 7.. Burgemeester en Wethouders verlenen slechts geldelijke steun indien op het moment van de aanvraag de aanvrager of een van de andere personen, bedoeld in lid 5, onder b: gedurende twee jaar ingezete van Amsterdam is geweest; economische binding aan Amsterdam heeft. Van economische binding is sprake indien arbeid wordt verricht in Amsterdam. De arbeid moet een duurzaam karakter hebben voor ten minste de helft van een normale werkweek. Met economische binding wordt gelijkgesteld indien ten minste één lid van het huishouden is ingeschreven voor een voltijd dagopleiding aan een door het rijk gesubsidieerde onderwijsinstelling in Amsterdam.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel