De persoon die hulp geeft mag iemand uit het sociale netwerk van de inwoner zijn als deze persoon voldoet aan de volgende voorwaarden:
de inwoner heeft met goede argumenten aangegeven dat de hulp door het eigen netwerk doelmatiger en efficiënter is en tot effectievere ondersteuning leidt. De persoon die hulp geeft is in staat om kwalitatief goede hulp te bieden en planmatig te werken. Hij mag door het geven van hulp niet overbelast raken;
deze persoon is op basis van opleiding en/of ervaring in staat de in de individuele situatie vereiste hulp te realiseren;
voor jeugdhulp geldt dat deze persoon uit het sociaal netwerk beschikt over een verklaring omtrent het gedrag (een ‘verklaring omtrent gedrag natuurlijke personen (VOG)’, specifiek screeningsprofiel 45, ‘Gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’) tenzij de persoon een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad is. De verklaring mag niet ouder zijn dan 3 maanden voor de datum van de aanvraag.
Hulp door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt altijd als hulp door iemand uit het sociale netwerk gezien.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.3.2
Pgb bij hulp door personen uit het sociale netwerk
Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Horst aan de Maas