Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.3.3

Hoogte en tarief pgb

Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Horst aan de Maas

De inwoner maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-­budgetplan. Hierin staat welke hulp de inwoner met het pgb wil betalen en door wie de hulp wordt gegeven. De gemeente moet het plan goedkeuren en zal daarna het pgb vaststellen. De gemeente baseert de hoogte van het pgb op de offerte van de aanbieder uit het goedgekeurde pgb-budgetplan of op tarieven die de gemeente heeft vastgesteld. In deze offerte moet staan hoe hoog de kosten van de dienst of het product zijn (kostprijs). Met deze kostprijs moet de inwoner veilige, doeltreffende en kwalitatief goede hulp kunnen inkopen. De gemeente kan meerdere offertes opvragen. Dan wordt het pgb gebaseerd op de offerte met de laagste kostprijs. De kostprijs mag niet hoger zijn dan wat gebruikelijk is voor die dienst of dat product. De hoogte van het pgb is gelijk aan de hoogte van de kosten in het pgb-budgetplan. Er geldt wel een maximumbedrag. Dat is het bedrag dat de gemeente zou betalen voor de hulp die nodig is (hulp in natura­tarief). Gaat het om een product, dan houdt de gemeente bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds-­ en verzekeringskosten. Als hulp wordt gegeven door iemand uit het sociale netwerk dan is de hoogte van het pgb: voor Wmo en beschermd wonen gebaseerd op de uurlonen van de passende CAO; voor Jeugd gebaseerd op het wettelijk minimumloon zoals dat geldt op het moment van de pgb verstrekking. Bij een wijziging van het wettelijk minimumloon, wijzigt het pgb tarief. Als hulp gegeven wordt door gediplomeerde ZZP’er dan is de hoogte voor een pgb voor beschermd wonen maximaal 90% van de goedkoopst adequate voorziening in natura.

Rechtspraak bij dit artikel