Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • - bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond;
  • - college: het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort;
  • - jaar: een kalenderjaar;
  • - maand: kalendermaand;
  • - onroerende zaak: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken;
  • - reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen, logo, of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg;
  • - tussenpersoon: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het verlenen van bemiddeling bij het tot stand brengen en sluiten van overeenkomsten in opdracht en op naam van personen tot wie hij niet in vaste betrekking staat;
  • - vestiging:
    • - de onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ die, of een deel daarvan dat, door één organisatie of bedrijf wordt gebruikt;
    • - twee of meer onroerende zaken, als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ, of delen daarvan, die direct naast of boven elkaar gelegen zijn en die tezamen door één organisatie of bedrijf voor één doel worden gebruikt;
  • - voorziening: specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen, tonen of vertonen van één of meer (al dan niet wisselende) openbare aankondigingen;
  • - waarde: de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ voor het kalenderjaar, als bedoeld in artikel 7, voor de onroerende zaak vastgestelde waarde. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ is vastgesteld, is de waarde de met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet WOZ vastgestelde waarde;
  • - Wet WOZ: Wet waardering onroerende zaken.