Burgemeester en Wethouders kunnen een garagevergunning intrekken indien:
dit met het oog op de in art. 4, lid 1 onder a tot en met e, vermelde elementen noodzakelijk is geworden;
de aan de vergunning verbonden voorschriften niet worden nageleefd;
de garage langer dan een jaar niet is gebruikt voor het in de vergunning omschreven doel.