**1..** Aan het begin van de vergadering wordt aan het publiek de mogelijkheid geboden het woord te voeren of vragen te stellen over aangelegenheden die te maken hebben met het beleidsterrein van de desbetreffende commissie.
**2..** Voorafgaand aan de behandeling van een agendapunt, krijgen personen de gelegenheid om in te spreken over het desbetreffende onderwerp.
**3..** De commissieleden kunnen desgewenst op de inspreker reageren. De voorzitter beslist na overleg met de commissie of vervolgens een tweede termijn noodzakelijk is. De opzet van een eventuele tweede termijn is gelijk aan die van de eerste termijn.
**4..** Personen die van het spreekrecht gebruik wensen te maken, dienen dit ten minste 24 uur vóór aanvang van de vergadering te melden aan de commissiegriffier van de commissie, onder opgave van hun naam en het onderwerp waarover zij het woord willen voeren. Insprekers krijgen in eerste termijn maximaal drie minuten spreektijd en in een eventuele tweede termijn maximaal twee minuten.
**5..** De voorzitter bepaalt, indien hij of zij dit nodig acht, de spreektijd.
**6..** Deelraden en dagelijks besturen van stadsdelen worden, indien een commissie dan wel zijzelf het wenselijk achten, in de gelegenheid gesteld de behandeling van onderwerpen waarbij de belangen van het stadsdeel zijn betrokken, bij te wonen en het standpunt van het stadsdeel te verdedigen. Zo mogelijk dient de stadsdeelraad of zijn dagelijks bestuur hiervan tevoren mededeling te doen aan de commissiegriffier van de desbetreffende commissie.
**7..** Voor het eventueel verdedigen van een minderheidsstandpunt kan een vertegenwoordiger van een minderheid van de stadsdeelraad eveneens in de gelegenheid worden gesteld, tijdens een commissievergadering het woord te voeren.
**8..** Insprekers dienen zich te onthouden van beledigende of onbehoorlijke uitdrukkingen als bedoeld in artikel 29. Indien een inspreker zich niet aan dit voorschrift houdt, wordt deze op last van de voorzitter uit de vergadering verwijderd.