**1..** De geldigheid van parkeervergunningen en bijzondere vergunningen gaat in op de eerste dag van de maand, tenzij in de nadere regels, bedoeld in hoofdstuk 2, de ingang van de geldigheid anders is geregeld.
**2..** De parkeervergunningen vermeld in artikel 7, lid 2, onder a tot en met i , zijn steeds geldig voor een periode van zes maanden, met dien verstande dat de overloopvergunning onmiddellijk eindigt indien de houder niet langer staat op de in artikel 30 bedoelde wachtlijst.
**3..** In afwijking van het tweede lid kan de geldigheid van de parkeervergunningen, vermeld in artikel 7, lid 2, onder a tot en met i , korter zijn dan zes maanden, indien:
dat nodig is om de afloop aan te sluiten aan de periodieke verlenging als bedoeld in lid 5;
de vergunninghouder verhuist naar een ander vergunninggebied.
**4..** De gehandicaptenvergunning, de belanghebbendenvergunning en de kraskaartvergunning, verleend op basis van artikel 20, lid 1, zijn geldig voor een periode van twee jaar, met dien verstande dat de geldigheid korter kan zijn indien het recht op de gehandicaptenvergunning, de belanghebbendenvergunning of de kraskaartvergunning, eerder komt te vervallen.
**5..** Behoudens het bepaalde in lid 6 wordt de geldigheid van de in het tweede lid bedoelde parkeervergunningen en de kraskaartvergunning, verleend op basis van artikel 20, lid 2, steeds stilzwijgend verlengd voor een periode van zes maanden, zolang is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening en de verschuldigde parkeerbelasting tijdig is voldaan.
**6..** De geldigheid van de mantelzorgvergunning wordt eenmalig stilzwijgend verlengd, mits is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening en de verschuldigde parkeerbelasting tijdig is voldaan.