Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 32

Gegevens en voorschriften

Onderdeel van Parkeerverordening 2007

1.. Een vergunning bevat – voorzover van toepassing – in ieder geval de volgende gegevens: de periode waarvoor de vergunning geldt; het gebied waarvoor de vergunning geldt; de tijden waarvoor de vergunning geldt; het kenteken of kentekens van het motorrijtuig of van de motorrijtuigen waarvoor de vergunning is verleend, of een door Burgemeester en Wethouders toegestane code. 2.. Aan een vergunning worden – voorzover van toepassing – in ieder geval de volgende voorschriften verbonden: de vergunning is uitsluitend geldig voor het parkeren van het motorrijtuig waarvan het kenteken, respectievelijk de code, aan de voorzijde van de vergunning is vermeld; tijdens het parkeren moet de vergunning van aanvang aan in het motorvoertuig aanwezig zijn en te allen tijde goed zichtbaar in de linkerbenedenhoek achter de achterruit zijn aangebracht, zodanig dat de voorzijde van de vergunning duidelijk ten genoegen van de parkeercontrole is te lezen, tenzij de vergunning elektronisch is verleend; de vergunninghouder levert de vergunning in zodra deze is ingetrokken of op andere wijze is komen te vervallen. 3.. Een parkeervergunning geldt voor het parkeren van één motorrijtuig op één parkeerapparatuurplaats.

Rechtspraak bij dit artikel