In deze verordening wordt verstaan onder:

  • - autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden;
  • - autodateplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodate;
  • - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen;
  • - DGPK: een digitale Gehandicapten ParkeerKaart waaraan een digitale beheerfaciliteit is verbonden waarmee de houder van een gehandicaptenparkeerkaart via een app of via een klantcontactcentrum een digitaal parkeerrecht kan aanmaken en beëindigen;
  • - digitale vergunning: Elke door het college verleende vergunning waaraan de vergunningverlener een digitale beheerfaciliteit heeft verbonden, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of vergunninghoudersparkeerplaatsen;
  • - GPK: een gehandicapten parkeerkaart als bedoeld in artikel 49 Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) inclusief een ingevolge de Regeling Gehandicaptenparkeerkaart daarmee gelijkgestelde parkeerkaart;
  • - houder: degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens;
  • - parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
  • - parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
  • - parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur;
  • - motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder i.a. van het RVV 1990;
  • - oplaadpunt elektrisch rijden: parkeerplaats met infrastructuur voor het opladen van een elektrisch motorvoertuig;
  • - papieren vergunning: Elke door het college verleende vergunning op papier, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of vergunninghoudersparkeerplaatsen;
  • - RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459;
  • - vergunninghouder: een natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;
  • - vergunninghoudersparkeerplaats: een parkeerplaats die:
    • - is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of;
    • - gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd.
  • - zone E: vergunninghoudersgebied waarbinnen in een bepaalde tijdsperiode niet-vergunninghouders met gebruik van een parkeerschijf maximaal 1 uur mogen parkeren.