Naar hoofdinhoud
De verantwoording bestaat uit een aanvraag tot vaststelling van de subsidie, aangevuld met een financiële en inhoudelijke verantwoording. Voor de verantwoording van de subsidie zijn de artikelen 16 tot en met 19 van de ASV van toepassing. Voor de inhoudelijke verantwoording dient ingegaan worden op de besteding van het toegekende budget onder artikel 5 en de gerealiseerde verplichtingen onder artikel 11. In aanvulling op lid 2 bevat de aanvraag tot subsidievaststelling, voor zover de subsidie hoger dan € 100.000 is, tevens een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijke accountant nodig op de volgende onderdelen: Een berekening van de totaalaanspraak op subsidie; Een 10% steekproef over: De juistheid van de aantallen peuters en doelgroeppeuters waarvoor subsidie is aangevraagd, waarbij een onderscheid gemaakt wordt in Peuters met een indicatie, met recht op KOT; Peuters met indicatie zonder recht op KOT; Peuters zonder indicatie, met recht op KOT; Peuters zonder indicatie, zonder recht op KOT. De mate van overeenstemming tussen het aantal contracturen voor doelgroeppeuters met het aantal geleverde uren per doelgroeppeuter; De juistheid van het in de in de subsidieaanvraag ingeschatte gemiddelde inkomen ten behoeve van de vaststelling van de ouderbijdrage van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag; De aanwezigheid van inkomensverklaringen voor het hiervoor onder iii genoemde. Subsidie wordt vastgesteld op basis van de werkelijk afgenomen uren, dan wel gerealiseerde activiteiten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel