Naar hoofdinhoud
De raad stelt jaarlijks de gemeentelijke begroting vast. Het beschikbare budget voor peuteropvang, zoals beschreven in artikel 3 sub a, is taakstellend. Op basis van het beschikbare budget in de begroting wordt bepaald hoeveel gesubsidieerde peuteropvangplekken voor niet-doelgroeppeuters in Sliedrecht gerealiseerd kunnen worden. Voor 2025 is het maximumaantal peuteropvangplekken voor peuters die geen indicatie én waarvan de ouders geen recht op KOT hebben 85. Wanneer er sprake is van een tekort of een aanpassing van de gemeentelijke middelen zal de volgende volgorde in de subsidieafbouw gehanteerd worden: Aanpassing van het aantal beschikbare peuteropvangplekken. Verhoging van de startleeftijd van een peuter van 2 naar 2,5 jaar. De gemeente Sliedrecht is voor de subsidiering van activiteiten, zoals beschreven in artikel 3 sub b tot en met g afhankelijk van een specifieke uitkering onderwijsachterstanden vanuit het Rijk. De hoogte van deze uitkering kan fluctueren. Dit kan ook consequenties hebben voor de hoogte van de subsidie. Wanneer er sprake is van een tekort aan beschikbare middelen zal de volgende volgorde in de subsidieafbouw gehanteerd worden: Verlagen van de subsidie, zoals genoemd onder artikel 3 sub d t/m g en artikel 6 lid 4. Bevriezing van indicering van de subsidiebedragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel