Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9

Criteria individuele voorzieningen

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Wierden 2025

1.. De jeugdige en/of de ouder(s) kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag: binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, waaronder in elk geval wordt verstaan: eigen kracht van de ouder(s) en hulp van andere personen uit het sociaal netwerk; het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten; door gebruik te maken van een algemene voorziening, of; door gebruik te maken van een andere voorziening. 2.. Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige en/of ouder(s) voorafgaand aan de aanvraag hebben gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken: als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvan de hulp is ingezet en nog niet is afgerond, en; voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. 3.. De voorziening als bedoeld in lid 2 kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal drie maanden vóór de aanvraag. 4.. Het college weigert een individuele voorziening als de individuele voorziening aantoonbaar niet effectief is voor de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouder(s). 5.. Het college kan nadere regels stellen ter uitwerking van de criteria zoals genoemd in het eerste en tweede lid.

Rechtspraak bij dit artikel