• - Materiele vaste activa zijn te onderscheiden in: investeringen met een economisch nut en investeringen met een maatschappelijk nut.
  • - Investeringen in vaste activa worden onder aftrek van bijdragen van derden geactiveerd.
  • - Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in bijlage 1 ‘Overzicht afschrijvingstermijnen’ bij deze verordening. In principe wordt lineair afgeschreven op basis van economische levensduur tenzij middels gemotiveerd collegebesluit hiervan wordt afgeweken.
  • - Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
  • - Een saldo voor agio of disagio wordt direct ten laste van de exploitatie gebracht.
  • - Immateriële en materiële vaste activa met een verkrijgingsprijs van minder dan of gelijk aan € 25.000,- worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst genoemden worden altijd geactiveerd.
  • - De afschrijving start op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin het actief in gebruik genomen wordt dan wel verworven wordt.