Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.10

Overgangsbepaling

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 1994

1.. De vergunningen die op 1 september 1993 zijn verleend op grond van de artikelen 76 en 76A van de Algemene Plaatselijke Verordening, en aan terrassen op grond van artikel 64 van de Algemene Plaatselijke Verordening, gelden met ingang van die datum als vergunningen op grond van artikel 3.2, voor de duur van hun resterende looptijd, met inachtneming van de sluitingstijden die in de eerstbedoelde vergunningen zijn bepaald. 2.. De houders van alcoholvrije bedrijven die op 1 september 1993 niet over een vergunning krachtens artikel 76A van de Algemene Plaatselijke Verordening beschikken, dienen binnen twee maanden na 1 september 1993 bij de Burgemeester of bij de voorzitter van het stadsdeel indien het bedrijf in een stadsdeel is gelegen, een aanvraag in te dienen voor de vergunning als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid; zij worden geacht over deze vergunning, met een sluitingstijd van 20.00 uur, te beschikken totdat op de aanvraag is beslist. 3.. De Burgemeester kan bij het verlenen van de vergunning als in het tweede lid bedoeld, in afwijking van het bepaalde in artikel 3.3, de sluitingstijd op 20.00 uur vaststellen in het belang van de openbare orde en het woon- en leefklimaat. 4.. De houders van alcoholverstrekkende bedrijven die op 1 september 1993 niet over een vergunning krachtens artikel 76 van de Algemene Plaatselijke Verordening beschikken, dienen binnen twee maanden na 1 september 1993 bij de Burgemeester of bij de voorzitter van het stadsdeel indien het bedrijf in een stadsdeel is gelegen, een aanvraag in te dienen voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid; zij worden geacht over deze vergunning, met een sluitingstijd tot uiterlijk 24.00 uur, te beschikken totdat op de aanvraag is beslist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel