**1..** Indien uit een oogpunt van ongewenste mededinging aan een vergunning die op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet wordt verleend, voorschriften of beperkingen moeten worden verbonden, wordt bepaald:
dat de vergunning niet geldt tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen;
dat geen openlijke aanprijzingen mogen worden gedaan over het houden van bijeenkomsten van persoonlijke aard;
dat van de vergunning uitsluitend gebruik mag worden gemaakt één uur vóór, tijdens en één uur na de activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard.
**2..** Van het voorschrift als bedoeld in het eerste lid, onder a en c, kunnen Burgemeester en Wethouders tot ten hoogste driemaal per kalenderjaar ontheffing verlenen met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard.
Hoofdstuk
Artikel 3.11
Nadere regels ter voorkoming van onwenselijke mededinging door het verstrekken van alcoholhoudende drank
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 1994