Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 14.

Categorieën en beschermd bijzondere status

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats 2025

1.. Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte. 2.. Het college kan op verzoek van de rechthebbende voor een particulier graf een beschermd bijzondere status vaststellen, ongeacht in welke categorie het graf is ingedeeld. 3.. Het college kan het bepaalde in het tweede lid enkel en uitsluitend vaststellen voor de graven van de: eerste generatie Molukkers die in Tilburg begraven liggen en die op dwangbevel van de Nederlandse overheid in 1951 naar Nederland zijn gehaald of gevlucht en in het voormalig gekoloniseerd Nederlands-Indië hebben gediend voor: het Koninklijk Nederlands-Indië Leger (KNIL); de marine. partners van de personen genoemd in het derde lid onder a i. en a ii. die aantoonbaar zijn meegereisd naar Nederland in 1951; levenloos geboren kinderen of vruchten en overleden kinderen van een van de genoemde personen in het derde lid onder a, die zijn overleden of levenloos geboren zijn tijdens de reis naar Nederland in 1951. 4.. De rechthebbende van een graf waarvoor de beschermd bijzondere status is vastgesteld ontvangt hiervan een schriftelijk afschrift van het college voor zover het adres van de rechthebbende bij de gemeente bekend is. 5.. Een graf met een beschermd bijzondere status is vrijgesteld van gemeentelijke heffingen en leges. De bepaling van dit lid wordt structureel opgenomen in de gemeentelijke Verordening begraafplaatsgrafrechten. 6.. Het college stelt nadere regels op voor het aanvragen van een beschermd bijzondere status in het Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaats, met dien verstande dat het college de aanvraag voor de grafrechthebbenden zo eenvoudig mogelijk inricht. De nadere regels mogen nooit leiden tot een naheffing voor een grafrechthebbende of het ruimen van een graf waarvoor de beschermd bijzondere status van een graf bedoeld is. 7.. Indien de persoon genoemd in het tweede lid is overleden, kan een van de andere personen, genoemd in artikel 17 zesde lid, een aanvraag voor een beschermd bijzondere status bij het college indienen. 8.. Het college kan besluiten dat een ander persoon dan genoemd in het tweede lid of een ander persoon dan genoemd in artikel 17 zesde lid een verzoek voor een beschermd bijzondere status mag indienen, als het daartoe zwaarwegende redenen heeft of als anders de bescherming van een graf benadeeld zou worden als waar de beschermd bijzondere status voor dat graf voor bedoeld is. 9.. Het is niet mogelijk om in een beschermd graf nieuwe lijken bij te zetten. 10.. Uitgezonderd van het bepaalde in het negende lid zijn: partners van genoemde personen in het derde lid onder a. I en a. II, zijnde niet vallend onder het derde lid onder b; en personen die al begraven lagen in het graf voor de inwerkingtreding van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel