Eerst beoordeelt het college of aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 2.3.5 lid 6 Wmo 2015 is voldaan. Dat wil zeggen:
heeft de cliënt een Wlz-indicatie of kan hij daarvoor in aanmerking komen.
en zo ja, is er sprake is van een uitzondering als bedoeld in art. 8.6a Wmo 2015 (zie 2.16.4 Uitzondering weigeringsgrond bij thuis wonen van deze beleidsregels).
Onderzoek
De procedure van artikel 2.3.2 Wmo 2015 moet volledig worden doorlopen, zie 2.8 Stappenplan voor het onderzoek. Uit het onderzoek zal moeten blijken wat het doel, inhoud en omvang van de ondersteuningsvraag is en of er een noodzaak van ondersteuning op grond van de Wmo 2015 bestaat. Daar kan sprake van zijn als de cliënt een ondersteuningsbehoefte heeft die niet door de Wlz wordt gedekt.
Toepassing kan-bepaling
Het college kan de maatwerkvoorziening weigeren:
De cliënt heeft een tekort in zijn zelfredzaamheid of participatie die niet wordt gedekt door de Wlz.
Weigeren maatwerkvoorziening is een bevoegdheid (geen verplichting om te verstrekken).
Wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheid om de maatwerkvoorziening te weigeren.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.16
Artikel 2.16.7
Toepassingsvoorwaarden
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2025